China's export groeit gigantisch, maar thuis zit de economie in het slop
China heeft in 2025 een nieuw record gevestigd: een handelsoverschot van zo'n 1000 miljard euro. De hele wereld koopt naar hartenlust Chinese elektrische auto's, kleding, batterijen en zonnepanelen. De Chinese maakindustrie draait dus op volle toeren, maar vooral voor de buitenlandse markt.
De Chinese binnenlandse markt vertelt een ander verhaal. Gebukt onder hoge overheidsschulden en een vastgoedcrisis piept en kraakt de Chinese economie aan alle kanten. Veel Chinezen hebben de afgelopen jaren hun spaargeld zien verdwijnen. Geconfronteerd met aanhoudende economische onzekerheid houden ze de hand op de knip.
Daarom hebben Chinese bedrijven de buitenlandse afzetmarkten hard nodig. Dat roept ook weerstand op, onder meer in Europa, want het bedreigt het voortbestaan van de eigen industrieën. "We zijn nu op een punt beland dat landen beginnen af te wegen hoeveel meer Chinese spullen ze nog kunnen hebben", zegt Jens Eskelund, voorzitter van de Europese Kamer van Koophandel in China.
Afnemende vraagDe kracht van de Chinese maakindustrie is onovertroffen. De toeleveringsketens, werklieden en logistiek zijn perfect op elkaar ingespeeld en dat bespaart kosten. In China kan heel veel voor heel weinig worden geproduceerd.
Zo heeft meneer Cui een led-displayfabriek in Hangzhou. Hij maakt led-displays in alle vormen en maten. Een groot deel van zijn productieproces is geautomatiseerd, dus hij heeft maar enkele tientallen werknemers nodig om grote volumes te produceren.
Ook hij merkt dat de vraag in China afneemt. "We produceerden vooral voor grote evenementen, maar die zijn hier niet meer."
Daarom wil hij gaan inzetten op de export. "De binnenlandse concurrentie is moordend", zegt hij. "In het buitenland is het makkelijker verkopen, je hebt alleen maar een goed, innovatief product nodig voor een degelijke prijs."
'Race naar de bodem'Ook de Chinese overheid maakt zich zorgen over de extreme concurrentie en de lage consumptie. Peking is bang voor een 'race naar de bodem', waarbij Chinese bedrijven telkens hun prijzen verlagen om nog maar iets te verkopen en elkaar uiteindelijk kapot concurreren. Op de lange termijn kan dat desastreus zijn voor de Chinese industrie.
Het leidt al tot onrust in China. Mensenrechtenorganisaties stellen dat het aantal arbeidsconflicten over onbetaald loon of massaontslagen vorig jaar is toegenomen. Geregeld is te horen dat mensen van hun werkgever een moeilijke keuze krijgen voorgeschoteld: wil je een flinke loonsverlaging of wil je ontslag?
PessimismeHoe moeilijk Chinezen het hebben, hoor je overal. In Zhengzhou, een van de grootste maaksteden van China, steken de moderne Foxconn-fabrieken, waar iPhones worden gemaakt, scherp af tegen het pessimisme dat overheerst bij de mensen die in aanliggende dorpjes wonen.
"De zaken gaan heel slecht. Overal heeft de horeca het moeilijk", zegt een verkoopster van gestoomde broodjes. De economie is na de coronapandemie nooit meer echt aangetrokken, vertelt ze.
De eigenaar van een ontbijtzaak een paar panden verderop ziet het ook somber in. "De slechte economie raakt mij direct, ik heb minder inkomen en minder klanten." Hij wijst naar zijn zoontje. "Ik moet voor mijn kindje en onze ouders zorgen, maar het ontbreekt me aan geld."
Zolang Chinese burgers weinig geld (kunnen) uitgeven, moet het land dat geld verdienen in het buitenland. Een derde van de economische groei van China in 2025 komt voort uit export. Sinds de jaren 90 is dat aandeel niet meer zo groot geweest. Vooral de export naar Zuidoost-Azië, Afrika en Latijns-Amerika zit in de lift.
"Het is houdbaar zolang de wereld Chinese spullen wil blijven kopen", zegt Eskelund van de Europese Kamer van Koophandel. Pas als landen dat niet meer willen, zal er voor de Chinese overheid een reden zijn minder in te zetten op de export, denkt hij.
HandelsoorlogKwetsbaar is de situatie wel, zeker in tijden waarin steeds meer landen maatregelen nemen om hun eigen economie te beschermen. De export naar Amerika is door de handelsoorlog flink afgenomen.
Ook de EU en landen als Turkije en India hebben maatregelen ingevoerd om zich te beschermen tegen de scherp geprijsde (en staatsgesteunde) Chinese elektrische voertuigen. Tientallen landen hebben beperkingen opgelegd aan de Chinese e-commerce, maar voor nu draaien de Chinese fabrieken nog door.