Verdachten kroonjuwelenroof Louvre zwijgen over opdrachtgever
Twee hoofdverdachten van de roof van Franse kroonjuwelen uit het Louvre hebben tegen de politie gezegd dat ze niet weten wie de opdrachtgever was. Dat blijkt uit de verhoren waar de krant Le Monde inzage in had.
De verdachten zijn de 40-jarige Abdoulaye N., een illegale taxichauffeur, en de 36-jarige Ghelamallah A., een werkloze man die aan het syndroom van Diogenes zou lijden. Dat is een psychische aandoening die gepaard gaat met zelfverwaarlozing en een sociaal isolement. Beiden zijn vader en komen uit Aubervilliers, een voorstad van Parijs.
De twee werden in de week na de roof aangehouden. Ze bekenden al snel dat ze op 19 oktober vorig jaar met een verhuislift de Apollo-galerij van Frankrijks belangrijkste museum wisten binnen te komen. Eenmaal binnen sloegen ze vitrines stuk om er met een miljoenenbuit vandoor te gaan.
Le Monde las de verslagen van twee marathonverhoren die twee onderzoeksrechters in juni afnamen. Daarin leggen de verdachten uitgebreide verklaringen af.
Angst voor wraakDe twee zeiden dat ze twee of drie dagen voor de roof zijn aangezocht door iemand wiens naam ze uit angst voor wraak niet willen noemen.
"Dit zijn geen lieverdjes", zei A. tegen de onderzoeksrechters. En N.: "Ik ben niet bedreigd, maar tijdens mijn detentie werd ik benaderd door mensen van buitenaf. Er werd me gezegd dat ik moest zwijgen."
N. wilde wel kwijt dat het "het meesterbrein" om het geld te doen was; hij wilde de juwelen doorverkopen.
StuntmanAbdoulaye N. zou zijn gerekruteerd omdat hij op internet onder het alias Doudou Cross Bitume een reputatie had als een soort motorstuntman. Hij zat in geldnood en ging naar eigen zeggen op het verzoek in omdat hij een bedrag tussen de 15.000 en 20.000 euro zou krijgen.
Ter voorbereiding kregen de twee een video met de Franse kroonjuwelen te zien die in de Apollo-galerij tentoongesteld werden. De opdracht was simpel. "Ruiten inslaan en sieraden uit de vitrines grissen", verklaarde N. Hij wist dat het om een inbraak in het Louvre ging.
A. zou dat niet geweten hebben. Hij houdt vol dat hem is gezegd dat het om een sieradenatelier ging. "Ik had er nooit een voet binnen gezet als ik dat had geweten."
Op de ochtend van de roof reden ze met twee onbekend gebleven medeverdachten met een vrachtwagen, de verhuislift en twee motorscooters naar het Louvre. Daar stapten A. en N. gewapend met een tas en een haakse slijper in de bak van de lift, sloegen een raam in en gingen het Louvre binnen.
Na een minuut of acht stonden ze weer buiten, met de gestolen sieraden in hun tas. De kroon van keizerin Eugénie werd later bij de bak van de lift teruggevonden. "Ja, ik was het", zei N. volgens Le Monde beschaamd. "Hij viel uit mijn tas."
De vier gingen er op de motorscooters vandoor. A. en een van de andere verdachten stapten daarna ergens in een klaarstaand bestelbusje waarmee ze, om de politie te misleiden, naar een park ten westen van Parijs reden.
N. en de andere onbekende verdachte reden met de juwelen naar het oosten van Parijs en van daar naar een ondergrondse parkeergarage in Aubervilliers, waar ze de buit overdroegen aan het mysterieuze brein achter de roof.
Niet tevreden"Het brein was niet tevreden", verklaarde N. in de verhoren. "Hij vond dat we meer hadden kunnen meenemen." Het brein zou ook gezegd hebben dat buiten de parkeergarage "andere mensen" klaarstonden om de buit over te nemen.
Wat er daarna mee gebeurd is, zeggen A. en N. niet te weten. De politie is nog altijd op zoek.