Tijdens menig paaslunch in Duitsland zal dit weekend een ongemakkelijk gespreksonderwerp ter tafel komen. Was opa of die ene oom een nazi? Was het een opportunist die pas in de oorlog lid werd of een overtuigde aanhanger sinds Hitlers beginjaren?
Om die vraag te beantwoorden, moest een familie een aanvraag indienen bij het Bundesarchiv om een lidmaatschapskaart in te zien. Tot nu, want de vrijwel volledige ledenlijst van de NSDAP is online geplaatst door het Amerikaanse nationale archief. Zo'n 15 procent van de volwassen Duitsers was NSDAP-lid, maar daar werd na de oorlog lang niet altijd open over gesproken.
Het ledenbestand van de nazipartij bevat 5442 documenten met elk 3000 pagina's met handgeschreven kaarten. Het archief doorpluizen vraagt wat geduld en vaardigheid. De scans zijn bovendien moeilijk leesbaar. Het Duitse medium Die Zeit heeft het mega-archief daarom met behulp van een AI-model uitgelezen en verwerkt tot een zoekmachine.
De publicatie van het archief roept gemengde reacties op in Duitsland. Houdt de "absurde schuldcultuur" dan nooit op, klinkt het online. "Hoelang houden we nakomelingen nog verantwoordelijk?", schrijft een lezer. Ook wordt gevreesd dat de 'nazi-zoekmachine' wordt gebruikt om buren of collega's te controleren.
Anderen zijn juist dankbaar voor de ontdekkingen die ze doen. Zo schrijft Zeit-lezer 'Hermoine' dat ze twee naaste familieleden in het archief aantrof, terwijl beweerd werd dat de familie nazivrij was. "Op je 71ste je perceptie veranderen, is een bittere schok." Gebruiker 'Lenaid' trof zijn vader aan. "Ik kan dit nog niet helemaal goed verwerken."
Vrijwillig lid geworden
Historici wijzen erop dat de ontdekking van een NSDAP-lidmaatschap slechts het begin van een onderzoek is, niet het einde. Uitgebreider historisch onderzoek is nodig om iemand te kunnen beoordelen.
Niet ieder lid van de NSDAP was een oorlogscrimineel. Een ambtenaar moest lid worden om zijn baan te behouden, terwijl een ander het uit overtuiging deed. Iemand die zich voor Hitlers machtsovername in 1933 bij de partij aansloot moet anders worden beoordeeld dan een jongere die zich in 1945 aansloot.
In het naoorlogse Duitsland hebben veel vermeende meelopers en nazaten verteld dat men gedwongen werd NSDAP-lid te worden of dat onbewust was geworden. Historici zijn echter eensgezind dat niemand werd toegelaten zonder een eigen handtekening.
De oud-directeur van het Duitse Verzetsmuseum, Johannes Tuchel, zegt geen voorbeelden van gedwongen lidmaatschap te kennen. "Het kon gevolgen voor je baan hebben, maar niet leiden tot strafrechtelijke vervolging", zei hij tegen omroep RBB.
Toch niet vernietigd
In nazi-Duitsland werd het ledenbestand zeer nauwkeurig bijgehouden. Ieder lid had een eigen kaart met persoonsgegevens, soms met foto en datum van toetreding. Toen in het voorjaar van 1945 de geallieerde opmars vorderde, groeide het besef dat de ledenlijsten een schat aan belastend materiaal vormden.
Papierfabrikant Hanns Huber uit München kreeg de opdracht het papierwerk te vernietigen. Hij nam de opdracht aan, maar weigerde die uit te voeren. Zo bleef een uniek archief van zo'n 50 ton papier bewaard. De database is niet compleet: geschat wordt dat 10 procent van het totale aantal NSDAP-leden van ruim 10 miljoen verloren is gegaan.
De Amerikanen stelden de documenten veilig en gebruikten het als hulpmiddel om Duitsland te denazificeren. Het lidmaatschap van prominente politici werd veelal door de vingers gezien, om wraak en publieke onrust in het naoorlogse Duitsland te voorkomen.
Alleen historici mochten het archief op verzoek inzien. Duitse privacywetgeving schrijft voor dat iemands nazi- of Stasi-archief pas honderd jaar na iemands geboorte of tien jaar na zijn dood mag worden geopenbaard. Volgens critici heeft Duitsland daarmee daders beschermd.
Geen schuld, wel verantwoordelijkheid
Historici verwachten geen grote onthullingen van de NSDAP-lijsten. Lidmaatschappen van prominente Duitsers zijn al uitgebreid onderzocht. Het gaat nu eerder om onthullingen binnen families. Ook kan de dataset interessant zijn voor statistisch onderzoek, bijvoorbeeld om te onderzoeken in welke beroepsgroepen meer of minder NSDAP-leden waren, evenals lokale verschillen.
Het publiceren van de NSDAP-data is maatschappelijk relevant, schrijft Die Zeit in een begeleidend stuk bij de zoekmachine. Uit onderzoeken zou blijken dat een statistisch te laag percentage van de Duitsers zegt dat hun voorouders nazi-aanhangers waren. Met het openbaren van de ledenlijst is ontkenning, onwetendheid of goedpraten moeilijker geworden.
80 jaar na de Tweede Wereldoorlog draagt de huidige generatie geen schuld, maar wel de verantwoordelijkheid dat de geschiedenis zich niet herhaalt, schrijft hoofdredacteur Christian Staas van de geschiedeniseditie van Die Zeit. Daarom zou iedereen het archief moeten doorzoeken, vindt hij.
"De generatie die het zelf heeft meegemaakt zit niet meer aan tafel", vervolgt Staas. Dat moet het gesprek over het naziverleden tijdens de paasbrunch eenvoudiger maken.