Twee auto's, maar toch een gevoel van verlies als de supermarkt sluit
In de helft van de Nederlandse dorpen en buurten zijn belangrijke voorzieningen als de huisarts of de supermarkt de afgelopen jaren verdwenen of verder weg komen te liggen. Is dat een probleem, als je bedenkt dat op het platteland het autobezit twee keer zo groot is als in de stad?
Niet voor iedereen, zegt ruimtelijk wetenschapper Suzan Christiaanse, die promoveerde op een onderzoek naar het verlies van voorzieningen in dorpen en het effect daarvan op bewoners. "Als jij een baan hebt waarvoor je sowieso een stuk moet rijden, is het geen ramp als de supermarkt verder weg is."
Maar dat is niet het hele verhaal, ontdekte Christiaanse toen zij mensen in het Groningse dorp Ulrum vroeg naar hun beleving. "85 procent daar oordeelde negatief over de sluiting van de supermarkt, terwijl maar 72 procent er gebruik van maakte. Je hoeft ook niet per se kinderen te hebben om toch een gevoel van verlies te ervaren als de basisschool verdwijnt."
Liever geen forensendorpDat geldt zeker voor ouderen die vaak minder mobiel zijn en voor wie een winkel meer is dan alleen een plek waar je brood of melk kunt halen. "Zij vragen zich af: waar ontmoet je elkaar anders nog? Nog los van het feit dat zo'n supermarkt vaak ook andere functies heeft: het is tevens een pakketpunt of je kunt er medicijnen halen. Verdwijnt dat, dan moet je als oudere voor je medicijnen dus een lift zien te krijgen naar een dorp verderop."
Bovendien leert de ervaring dat het ene verlies tot het andere kan leiden. Christiaanse: "Gaat de school weg, dan krijgen kinderen vriendjes in dat andere dorp. En gaan ze al snel dáár voetballen, wat er weer voor zorgt dat de eigen club in het gedrang komt. Mensen willen geen forensendorp zijn, maar zo veel mogelijk een zelfstandige gemeenschap."
Het helpt enorm, laat het beschikbare onderzoek zien, als er voldoende actieve inwoners zijn. Zo is er in Ophemert, in de gemeente West Betuwe, een 'dorpsraad', die in overleg met het lokale bestuur bekijkt wat er allemaal mogelijk is.
Ophemert kent nog een dorpshuis, waar dankzij vrijwilligers onder meer een sportzaal overeind wordt gehouden, met van 's morgens tot 's avonds ook andere activiteiten. Al staan ook daar de faciliteiten onder druk: het consultatiebureau en de dagopvang zijn al verdwenen. Onderzocht wordt of bestaande voorzieningen in stand kunnen worden gehouden of zelfs uitgebreid, vertelt Cor Groenveld van de dorpsraad.
Fraai gelegen aan de WaalIn het nabijgelegen Varik is het bepaald niet stil op straat: ouderen maken een wandeling, kinderen fietsen van school naar huis en op de dijk laat een gezin de hond uit.
Ankie Zoutendijk houdt van de buitenlucht in het dorp, te midden van weilanden, pal aan de Waal. "De natuur is hier de voorziening", zegt ze. Veel meer is er ook niet, geeft ze toe.
Dochter Franca vermaakt zich prima in de Gelderse plaats. Dat komt onder meer door het dorpshuis, dat hier Toevershof heet. Er is ook een sportzaal, waar je aan volleybal of hapkido kunt doen en in het weekend een frietje kunt kopen. Dat begon toen de snackbar van Varik een paar jaar geleden de deuren sloot.
Hij is wel vaak dicht, vertelt Franca. "Je kunt er niet helemaal op rekenen en snel iets anders halen bij een supermarkt zit er dus ook niet in."
De Toevershof is in het weekend vaak afgehuurd voor privépartijen, melden dorpsbewoners Frits en Jacqueline. Dat is de reden dat de patatservice niet altijd beschikbaar is. Het stel opende twee jaar geleden een bed and breakfast in Varik.
"Mensen komen hier voor de rust", zegt Jacqueline. Zelf groeide ze op in Den Bosch, dat ze vier jaar geleden verruilde voor het dorp. Het is soms wennen. "Ik vind het jammer dat er geen winkeltje is waar je even naartoe kunt."
Bloemist en danscafé verdwenenVroeger was dat wel anders, weet haar partner Frits, die al zijn hele leven in Varik woont. "Ooit was er een bloemist, een bakker en een danscafé", zegt hij. "Tijden veranderen."
Voor dat soort zaken wijken ze uit naar Tiel of Geldermalsen. "Met de auto is dat goed te doen", zegt Frits. "Maar voor ouderen of mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, is het niks." Hij kan zich voorstellen dat die zich geïsoleerd kunnen voelen.
Daar staat tegenover: Varik is een sociaal dorp. "Mensen kennen elkaar. Op straat groet je elkaar. Dat is gemeenschapsgevoel."