Dit weekend trapt in Schijndel het popfestival Paaspop af en in Amsterdam het elektronische muziekfestival DGTL. Daarmee is het festivalseizoen officieel begonnen.
Waar voorheen veel festivalgangers achter het net visten, zijn er dit seizoen nog volop kaarten beschikbaar. Denk aan Lowlands, Down the Rabbit Hole, Best Kept Secret of Wildeburg. Ook Paaspop was steevast maanden van tevoren uitverkocht, maar nu zijn er nog kaarten.
Drie tientjes
Alles wordt duurder en ook liefhebbers van festivals merken dat in hun portemonnee. Zo gaat Appelpop, het laatste grote gratis festival van Nederland, na meer dan dertig jaar voor het eerst een bijdrage vragen aan bezoekers: drie tientjes voor het hele weekend.
Die stap is niet uit de lucht komen vallen, zegt Appelpop-programmeur Martijn van Kuilenburg. "Het speelt al een paar jaar. Zeker met de stijgende kosten is de marge op inkomsten en uitgaven zo klein geworden." Als gratis festival ben je bovendien afhankelijk van het weer. "En we hebben drie keer op rij slecht weer gehad. Dat zie je direct terug in hoeveel mensen er komen en op het festivalterrein uitgeven."
Op sociale media reageren bezoekers die niet begrijpen dat ze moeten betalen voor Appelpop. "Dat sentiment begrijp ik", zegt Van Kuilenburg daarover. "Mensen hebben hun psychologische grens bereikt. Je kunt je geld maar één keer uitgeven."
Het festival in Tiel trok afgelopen jaren per dag 100.000 bezoekers. Dit jaar gaat Van Kuilenburg uit van 30.000 tot 40.000.
Nederlandse festivallandschap
Ondanks de stijgende kosten bleef de festivalmarkt vorig jaar stabiel. In 2025 waren er 1228 grote festivals, drie meer dan in 2024. Voor 2026 staan er momenteel 1215 festivals op de planning. Het gaat dan alleen om festivals met 3000 bezoekers of meer.
Vooral bij gratis festivals zit de klad erin. Dit jaar keren IBB Fest in Utrecht, Kleverparkfestival in Haarlem en Haringrock in Katwijk niet terug.
Volgens Berend Schans, directeur van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF), is het festivallandschap altijd veranderlijk geweest. "De kosten zijn de afgelopen twee jaar sterk gestegen over de volle breedte, waardoor zowel grote als kleine festivals het zwaar hebben. Maar grote organisaties kunnen hun risico's beter spreiden en zijn daardoor minder afhankelijk van bijvoorbeeld één titel, waardoor ze iets meer veerkracht hebben."
Wilde Weide, een festival met zo'n 6000 bezoekers in Kraggenburg (Flevoland), deed dit jaar een opvallende oproep: koop vóór eind februari een kaartje om het festival (begin juli) te laten doorgaan. Bezoekers konden er ook voor kiezen om de helft van de ticketprijs aan te betalen en de rest eind mei te betalen. Opvallend is dat de ticketprijs iets lager ligt dan vorig jaar.
"We merkten binnen vriendengroepen dat mensen wel wilden gaan, maar nog niet het gevoel van urgentie hadden om een ticket te kopen", zegt Maurice van de Berkt, woordvoerder van Kultlab, de organisatie achter Wilde Weide.
Voor het festival is het noodzakelijk voldoende tickets te verkopen om quitte te draaien. De afgelopen twee edities sloot het festival met verlies af. "Hoewel we een zeer trouwe achterban hebben, duurt de opbouw naar een gezond festival tegenwoordig langer."
Waarom festivalbezoekers hun aankoop uitstellen, kan te maken met een trend die al langer speelt: ze hopen last minute een goedkoper ticket te bemachtigen. Maar dit kan negatief uitpakken voor onafhankelijke festivals zoals Wilde Weide, zonder een grote organisatie achter zich.
"Hoe vroeger mensen een ticket kopen, hoe vetter we het evenement kunnen maken", zegt Van de Berkt. "Als onafhankelijk festival kun je je eigen keuzes maken, maar moet je zelf ook alle investeringen doen."
Grens van 200 euro losgelaten
Het meerdaagse festival Into The Great Wide Open op Vlieland, met ruim 6000 bezoekers, verkoopt al jaren wel binnen een paar uur uit. Dat is vooral vanwege de unieke locatie, zegt directeur Douwe Luijnenburg. "We zijn dit niet gaan doen om geld te verdienen, maar omdat we zelf iets wilden neerzetten wat we leuk vonden. En dat heeft goed gewerkt", zegt Luijnenburg.
Het festival is een stichting zonder winstoogmerk en draait tijdens het lange weekend op de inzet van 800 vrijwilligers. Op het programma staan artiesten die niet tot de allergrootste namen behoren, maar wel vooruitstrevend zijn.
Jarenlang hield Into The Great Wide Open vast aan de grens van 200 euro voor een weekendticket, maar na corona werd dat losgelaten. Inmiddels kost een ticket 285 euro. "Het blijft veel geld", zegt Luijnenburg. "Maar we hebben dat wel moeten doen om het festival te laten doorgaan."