De Amerikaanse burgerrechtenactivist en predikant Jesse Jackson is op 84-jarige leeftijd overleden. Als naaste medewerker van Martin Luther King groeide hij na diens dood uit tot een van de belangrijkste boegbeelden van de zwarte gemeenschap in de VS. Hij probeerde in de jaren 80 twee keer tevergeefs presidentskandidaat te worden voor de Democraten.
Zijn hele leven zette hij zich in om "muren neer te halen en bruggen te bouwen" en de onderdrukking van zwarte mensen in de samenleving te doorbreken. "In situaties waar mensen onderdrukt worden is er maar een ding erger dan de onderdrukking zelf: dat is dat je het gewoon gaat vinden", zei hij in 2018 in College Tour.
In deze beelden uit 1963 leidt dominee Jesse Jackson een menigte door "Ik ben iemand!" te zingen.
Jesse Louis Burns werd in 1941 geboren in Greenville, South Carolina. Zijn moeder Helen Burns was toen pas 16 jaar, zijn vader was haar 33-jarige getrouwde buurman. Niet lang na de geboorte trouwde ze met Charles Henry Jackson, die hem adopteerde.
De kleine Jackson leerde al vroeg wat rassenscheiding betekende. "Je mocht niet voor in de bus zitten, ook al betaalde je de volle ritprijs", vertelde hij in College Tour. Zelf werd hij ooit opgepakt met schoolgenootjes omdat ze illegaal de plaatselijke bibliotheek waren binnengegaan.
Studiebeurs
Omdat hij goed kon leren en sportief was kreeg hij een beurs voor de voornamelijk witte universiteit van Illinois. Na een jaar stapte hij over naar Sociologie aan een zwarte universiteit in North Carolina. Hij noemde later als reden daarvoor de discriminatie binnen het footballteam van zijn oorspronkelijke universiteit.
Tijdens zijn studie deed hij mee aan lokale demonstraties tegen segregatie en voor burgerrechten. Hij ontmoette in die periode Jacqueline Lavinia Brown, met wie hij in 1962 trouwde. Ze kregen vijf kinderen.
In 1965 liep Jackson mee in door Martin Luther King georganiseerde protestmarsen. Het waren geweldloze acties met als doel stemrecht op te eisen voor Afro-Amerikaanse burgers. "Martin Luther King was onze grote inspiratiebron. Hij was ongelooflijk intelligent, krachtig, moedig en charismatisch. Hij was de held van onze tijd."
Zijn gedrevenheid viel op bij King en al snel werd hij betrokken bij zijn Southern Christian Leadership Conference (SCLC). Het jonge gezin verhuisde naar Chicago, waar Jackson Theologie ging studeren. Hoewel hij zijn studie opgaf om full time voor King te werken, werd hij in 1968 toch ingewijd als baptistisch predikant.
In Chicago leidde Jackson Operation Breadbasket, de economische afdeling van de SCLC. "We wisten dat hij het goed zou doen, maar hij heeft het beter dan goed gedaan", zei King bij zijn benoeming. Toch was er ook kritiek op Jacksons leiderschap. Zo zou hij meer zijn eigen agenda hebben gevolgd dan die van de organisatie. De mediagenieke Jackson zou ook vaak te horen krijgen dat hij wel erg dol was op de camera's.
De dood van King
Jackson was er in Memphis bij toen Martin Luther King daar op 4 april 1968 werd doodgeschoten. Jackson stond op de parkeerplaats van een hotel te praten met de burgerrechtenleider toen die op het balkon van zijn hotelkamer uit het niets werd geraakt.
"Daar lag hij in een poel bloed", herinnerde Jackson, die de trap op rende na het schot. "Dat beeld staat op mijn netvlies gebrand."
Jackson werd door verschillende zwarte leiders en in de media als de natuurlijke opvolger van King gezien en dat leidde tot een jaren durende machtsstrijd tussen hem en Kings benoemde opvolger Ralph Abernathy. Na de schorsing van Jackson als directeur van Operation Breadbasket door Abernathy stapte hij in 1971 samen met zijn voltallige staf en bijna alle bestuursleden op.
Ze richtten een nieuwe organisatie op, People United to Save Humanity (PUSH), bedoeld om zwarte burgers meer bij de economie te betrekken, precies waar Jackson ook bij SCLC voor had gestreden. Ook werd Jackson voorzitter van de Rainbow Coalition, die gelijke rechten nastreefde voor Afro-Amerikanen, vrouwen en homoseksuelen.
Zwarte Piet
In 1984 en 1988 deed hij een poging de Democratische presidentskandidaat te worden, als eerste zwarte kandidaat die daadwerkelijk een kans leek te maken. Bij die laatste poging eindigde hij zelfs als tweede, na Michael Dukakis. Het zorgde ervoor dat Afro-Amerikaanse kwesties op de Democratische agenda kwamen te staan.
Jesse Jackson ging ook op het internationale podium een steeds grotere rol spelen. Zo bezocht hij Zuid-Afrika, waar hij zich uitsprak tegen apartheid en voerde hij campagne voor een Palestijnse staat. Veel lof kreeg hij voor de onderhandelingen die hij voerde voor de vrijlating van Amerikaanse militairen in oorlogsgebieden in Syrië, Irak en Joegoslavië. In 1997 werd hij door president Clinton benoemd tot speciaal gezant voor Afrika.
Begin jaren 20 mengde Jackson zich nog in de Nederlandse Zwarte-Pietendiscussie, toen hij premier Rutte per brief vroeg Zwarte Piet te verbieden. "Kinderen leren dat hij iemand is om grapjes mee te maken. Daarmee leren ze dat hij niet als gelijkwaardig persoon wordt behandeld", meende Jackson.
Excuses in synagoge
Zelf raakte hij tijdens zijn eerste presidentscampagne in opspraak vanwege antisemitische uitspraken: in een gesprek met een journalist had hij zich in racistische woorden laatdunkend uitgelaten over New York. Daarvoor bood hij in een synagoge later publiekelijk zijn excuses aan.
Later in zijn leven raakte hij verwikkeld in een schandaal toen werd onthuld dat hij een buitenechtelijk kind had verwekt. Hij verloor daardoor een tv-show op CNN en zette zijn activisme enige tijd op een laag pitje.
Huilend van vreugde
Toen president Barack Obama in 2008 de eerste zwarte president werd, werd Jackson huilend van vreugde in het publiek gefilmd. "Ik ben blij dat ik lang genoeg heb kunnen leven om nog mee te kunnen maken dat ons werk resultaat heeft opgeleverd."
Jesse Jackson huilt van vreugde bij de overwinning van Barack Obama in 2008.
Toch was dat moment zeker niet het slotakkoord van zijn levenslange strijd voor strijd voor gelijkheid, benadrukte hij. "We zijn nu vrij, maar niet gelijk. Daarom gaat de strijd door. Het gaat beter, maar we mogen niet denken dat we er al zijn."